Zomaar een zondag

“Het begon in Brussel”

Ergens in een huisje aan zee zit ik op de bank bedekt door mijn slaapzak en uit mijn telefoon klinkt een podcast. Rozig na een middag Noordzee en een waterig zonnetje luister ik met een half oor naar de kletsende mensen. Mijn ogen branden een beetje maar het is nog veel te vroeg om te gaan slapen.

En dan hoor ik Peter Heerschop vertellen over het herseninfarct van Viggo Waas. Zijn stem doordrenkt met de onmacht, de verslagenheid, de emotie en al het verder ongezegde. Langzaam vullen mijn vermoeide ogen zich met tranen. De herkenning die ik voel overvalt me. Mijn maag vervormt zich langzaam tot een knoop. Ineens ben ik niet meer in een kalmerende kustplaats maar sta ik midden in het bruisende Brussel.

Het is zondagmiddag, de zon schijnt, het is waarschijnlijk zomer maar de maand ben ik kwijt. Ik ben 23 en ik loop stage op de marketingafdeling van een hotel in Brussel. Zoals bijna elk weekend ga ik samen met mijn studiegenoot Ruud op stadssafari. Dat betekent zoveel als een niet eerder opgaande kant oplopen en maar kijken wat je tegenkomt. Zo kwamen we eerder op buurtrommelmarkten, weggestopte terrasjes waar alleen echte Brusselaars zaten maar ook in totaal verpauperde buurten waar de prachtigste panden aan het wegrotten waren. Heerlijke manier om heel stad te leren kennen als je daar 7 maanden voor hebt.

Field of red poppies leading to Atomium and city skyline with blue sky and clouds

We zijn al even op pad als ik me realiseer dat ik mijn telefoon vergeten ben. Nog geen smartphone maar ook toen al een soort extra ledemaat. Ik overweeg dan ook even serieus om terug te gaan maar weet deze gedachte snel van me af te schudden. “Hoe vaak kom ik nou niet thuis als ik ‘m vergeten ben en heb ik welgeteld nul oproepen en sms’jes (appjes kwamen pas jaren later) gemist!” denk ik. Zeker sinds ik een Belse simkaart heb en gedumpt ben door mijn vriendje is het verdacht stil op mijn mobiel.

Uren wandelen we door Brussel. Drinken verse muntthee, big deal hoor ik je denken maar dat kent op dit moment nog niemand in Nederland. Of in ieder geval niet in mijn deel van Nederland. Genieten in de volle zon van een perfecte zondagmiddag. Samen voelen we ons onoverwinnelijk zoals alleen een twintiger dat kan en wanen we ons alwetende wereldburgers, welgeteld 139 kilometer van huis.

Natuurlijk eet ik bij Ruud aangezien hij huisgenoten heeft en ik alleen woon is het daar altijd een stuk gezelliger.  Het begint al donker te worden tegen de tijd dat ik besluit om naar mijn appartement gaan.  Onder het mom van “Ik moet morgen” werken verlaat ik de spontaan ontstane spelletjesavond maar eigenlijk ga ik gewoon liever niet in het donker met de metro.

Met lichtverhoogde hartslag want ook het schemer maakt van mij geen held, kom ik aan bij mijn tijdelijke thuis. Als een junk stort ik me op mijn telefoon. Ik verwacht nog steeds nul gemist meldingen maar hoop stiekem op een sappig sms’je van een vriendin ofzo. Tot mijn schrik zie ik 8 gemiste oproepen van mijn moeder en een sms’je met “Bel me zodra je kan” . Ik bel meteen. In de luttele secondes die het duren van bellen tot opnemen passeren de meest verschrikkelijke scenario’s in mijn hoofd. Mijn maag lijkt zich om te keren, alles in mij lijkt te weten welk onheil ik zo van mijn moeder ga vernemen…

“Papa ligt in het ziekenhuis. Hij heeft hersenbloeding gehad.”

Plaats een reactie